Preken / Meditaties
Preek bij de Schriftlezingen: II Koningen 20:1-11
en Lukas 13:6-9.
Gehouden op 25 juni 2006 in de Ontmoetingskerk te Poortvliet.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Als je iemand vraagt hoe het gaat, krijg je
misschien 7 van de 10 keer te horen: ‘Druk’.
De achtste en negende zegt: ‘Goed’.
En de tiende zegt misschien: ‘Gaat wel’, en dan weet je dat er iets aan
schort.
Maar de meeste mensen vinden hun leven haast te druk. De tijd vliegt voorbij. De
weken openen en sluiten zich voordat je er goed en wel erg in hebt. Soms zouden
we wel even een time-out willen hebben om de dingen voor onszelf op een rijtje
te zetten. We komen tijd te kort om te kunnen doen wat we eigenlijk zouden
willen doen. Ik moest daarbij denken aan Jozua die bij de inname van het
beloofde land een strijd te voeren had tegen vijf koningen tegelijk. De dag leek
te kort om de strijd te winnen. Daarom beval hij de zon en de maan stil te staan
totdat hij zijn tegenstanders had verslagen. Dát is mooi! Dat zouden we soms ook
wel willen, de tijd even stilzetten. We verzinnen ook allerlei foefjes waarmee
we tijd kunnen winnen: Van kant-en-klare maaltijden bij de supermarkt tot
automatische betalingen bij de bank. Zo heb ik eens gehoord dat hulpverleners in
crisissituaties soms het gevoel hebben dat ze gedwongen zijn om snel te
beslissen. Bijvoorbeeld bij een gijzeling: dan valt er toch geen tijd te
verliezen, zou je denken. Toch luidt één van de adviezen die ze in hun
trainingen krijgen: Koop tijd. Daarmee wordt bedoeld dat je de gijzelnemers
bezig moet houden, zodat je zelf meer tijd hebt om in te schatten hoe je het het
best kunt aanpakken.
Koop tijd…
dat zou mooi zijn, als wij dat ook konden! Soms zouden we de klok zelfs wel
willen terugdraaien, om een bepaalde periode in ons leven beter over te doen, of
om die mooie tijd van je leven bewuster te beleven. Maar we weten dat de tijd
onverbiddelijk doorgaat. In ons achterhoofd weten we maar al te goed dat we naar
het einde van ons leven toeleven, maar zolang niemand tegen ons zegt hoeveel
tijd ons nog rest,leven we ons leven gewoon verder. Maar eens krijgen we kleine
signalen dat het niet goed met ons gaat, of de niet mis te verstane boodschap
van de dokter… We hebben al vaak genoeg meegemaakt dat een ánder de
onheilsboodschap van de dokter kreeg: U bent heel ernstig ziek. We kunnen u nog
dit of dat geven, maar ook dan is het nog maar een kwestie van tijd…
Ook koning Hizkia kreeg die boodschap:
‘Maak uw
wilsbeschikking maar op. U zult niet meer beter worden.’
Letterlijk
staat er: ‘Bereid uw huis.
Daarbij moeten we niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats aan de
erfenis denken, maar eerder aan de troonsopvolging, en aan relaties waarin nog
dingen rechtgezet moeten worden. Maak je leven in orde nu het nog kan. Maar
Hizkia is er nog helemaal niet klaar voor. Hij zal het in die korte tijd die hem
rest niet kunnen doen. Zijn taak hier op aarde is nog lang niet af. Hij smeekt
in zijn gebeden of het niet anders kan. Zijn bidden is worstelen met God: Waarom
nu al? Kan het niet anders, Heer? Is het niet herkenbaar? Zouden wij niet
hetzelfde doen? Als het eenmaal zover is, moet ieder die strijd zelf voeren. De
een doet het alleen in stilte, de ander maakt zijn omgeving deelgenoot van zijn
heftige strijd om zich te verzoenen met het levenseinde. Maar Hizkia verzoent
zich er nog helemaal niet mee. Hij smeekt en pleit op Gods beloften. Wat hij
noemt, is niet het feit dat hij nog niet zo oud is, ook niet dat hij nog geen
nageslacht heeft, geen troonopvolger, ook niet de militaire dreiging van Assyrië,
maar: dat hij altijd oprecht en met heel zijn hart naar Gods wil heeft geleefd,
dat hij gedaan heeft wat goed is in Gods ogen. Voor zulke mensen geldt toch de
belofte van een lang leven? Hij beroept zich dus op Gods beloften. Hij worstelt
net als Job en Asaf met het lijden van de rechtvaardige. Waarom treft dit lot
ook mensen die gelovig en goed leven?
Hizkia’s gebed werd verhoord: God heeft zijn gebed gehoord, en zijn tranen gezien! Hij krijgt te horen dat hij zal genezen, dat hij er nog 15 jaar bij krijgt. Onze God is niet een god die zijn wil eens en voorgoed opmaakt. Hij is bewogen met ons mensen, en Hij laat zich bewegen door ons gebed. Dat gebeurt niet altijd, maar het gebéurt, ook in deze tijd nog, dat mensen genezen. Meestal door de tussenkomst van artsen en medicijnen. God gebruikt vijgenkoeken of olijfolie, of zelfs speeksel vermengd met aarde. God gebruikt bypassoperaties, penicilline en chemotherapie. En zelfs als wij niet beter worden, kan het ons troosten dat we weten en ervaren dat de Heer ons gebed heeft gehoord en onze tranen heeft gezien. Hij kent onze pijn en onze geestelijke strijd. Omdat Jezus mens is geworden onder ons mensen, zijn wij tot in de dood gekend.
Maar Hizkia’s leven werd met 15 jaar verlengd. Drie jaar na zijn genezing kreeg hij zelfs nog een zoon, Manasse, want in het volgende hoofdstuk lezen we dat Manasse 12 jaar was toen hij zijn vader opvolgde. Maar toen Hizkia van Jesaja de boodschap van zijn genezing kreeg, vroeg hij nog om een teken. Dat is een heel menselijk trekje: we kunnen niet wachten om er iets van te zien. God komt ook aan deze wens tegemoet. Ik stel me zo voor dat Hizkia vanuit zijn slaapkamer de trappen van zijn paleis kon zien. En op die trappen zag hij elke middag hoe de schaduw de traptreden steeds verder bedekte. Hij zag als het ware de schaduw over zijn leven vallen… Als teken van zijn genezing vroeg Hizkia of de schaduw van de zonnewijzer van zijn tempel tien treden terug kon gaan in plaats van vooruit. Hizkia wilde dus zien hoe de klok werd teruggezet. Dat zou voor hem het teken zijn dat de genade van de Heer zeker is. En zo gebeurde het.
Tijdens zijn leven op aarde vertelde Jezus een vergelijkbare gelijkenis, maar toch met een iets andere insteek. Iemand had een vijgenboom die al drie jaar geen vrucht droeg. Al drie jaar lang was alle moeite en zorg tevergeefs geweest. Daarom wilde de eigenaar hem maar omhakken. Maar de tuinman deed een goed woordje voor de vijgenboom. Geef hem nog een jaar, en geef mij de kans om hem nog wat extra zorg te geven. Dit verhaal staat symbool voor een mensenleven. God wil vruchten zien in ons leven. Hij wil zien dat wij liefhebben, niet met woorden alleen, maar daad-werkelijk. Hij wil geduld zien en zelfbeheersing. Hij wil zien dat wij elkaar trouw blijven ook door moeilijke tijden heen. Als Vader wil Hij zijn eigen aard in ons, zijn kinderen, terugzien. En Hij wacht maar, jaar na jaar. En elk jaar is Hij weer teleurgesteld, omdat het maar hooguit verschrompelde vruchtjes zijn die Hij aantreft. Geduld dat de tien tellen niet haalt. Zelfbeheersing die naar de buitenwereld toe wordt opgehouden, maar van binnen afwezig is. En liefde die altijd toch ook weer vermengd is met eigenbelang. Groeit er werkelijk iets goeds in ons leven? Zijn we elk jaar wel weer een stukje verder gekomen? Of zijn we zo druk met andere dingen dat we geen tijd over hebben om gericht te zijn op de vrucht van de Geest? We laten ons de jaren door de vingers glippen zonder dat er wezenlijk iets goeds groeit. Daarom waarschuwt Jezus ons: Zomaar opeens kan die boodschap er zijn dat het afgelopen is: tijd om de boom om te kappen. Maar wat Jezus vooral met deze gelijkenis wil zeggen is: Ook al klagen anderen je aan omdat je tekort schiet, als tuinman zal Hij voor ons opkomen. Hij pleit voor ons. Hij vraagt om uitstel, om genade, om een nieuwe proefperiode. De tuinman zegt: Geef hem nog een jaar de tijd. Geef mij de kans om hem nog wat extra voedingsstoffen toe te dienen. Misschien worden we volgend jaar aangenaam verrast. Net als Hizkia, krijgt ook de vijgenboom een teken van genade. Het omspitten van de grond en die extra voedingsstoffen, zijn de tekenen dat hij nog een jaartje gespaard blijft.
Zo mogen wij de sacramenten zien als tekenen van Gods genade. Met enige regelmaat krijgen wij in de kerk de tekenen van brood en wijn: zij zeggen ons dat Jezus tot het uiterste is gegaan om genade voor ons te verkrijgen. Maar ook de doop is een teken dat wij ondanks onze tekortkomingen toch kinderen van God mogen zijn. Telkens weer zal God ons schoonwassen en een nieuwe kans geven. Laten we de betekenis van de sacramenten niet onderschatten! Zeg niet bij jezelf: Ach, bijna iedereen krijgt het toch? Als de ouders hun kind echt gedoopt willen hebben, gebeurt het wel. En niemand zal je tegenhouden als je aan het avondmaal wil deelnemen. Maar daarom zijn de doop en het Avondmaal toch nog geen automatische handelingen geworden?! We doen het toch altijd zo bewust mogelijk en nemen toch vanuit geloof daaraan deel? Maar als we ervoor open staan, als we goed opmerkzaam zijn, kunnen we ook andere gebeurtenissen in ons leven gaan zien als tekenen die God ons geeft. Zo’n teken zegt ons dat God ons nog ziet, dat Hij ons een nieuwe kans geeft. Een teken is het begin van genadetijd. We moeten ons maar proberen voor te stellen hoe Hizkia die 15 jaar die hij erbij kreeg beleefd moet hebben. Het was een royale toegift op zijn leven dat anders voorbij zou zijn geweest. Het was genadetijd. Als dat je gegund wordt, moet je tegen jezelf zeggen: Nu moet ik echt gaan doen waar het op aan komt. Zouden we niet voor heel ons verdere leven die instelling moeten hebben? Leven vanuit vergeving, is een leven in dankbaarheid. Wat zou u doen als u wist dat u nog maar kort te leven had? Zou u uitzonderlijke ervaringen willen opdoen? Zeg maar: de grootste achtbaan ter wereld bezoeken? of adembenemende plekken op aarde opzoeken? Of zou u nog een grote aankoop willen doen?
Of zou u juist iets willen doen wat veel voor een ander betekent?! Iets wat veel betekenis zal hebben ook als u er niet meer bent? Ik ken iemand die een persoonlijke brief heeft geschreven aan elk van haar kinderen, omdat er dingen zijn die je in een gewoon gesprek bijna niet aanroert en die ze hen toch wilde meegeven. Zou je niet iets willen doen wat blijvende waarde heeft, ook als je er niet meer bent? Zou je niet willen en moeten getuigen van Hem aan wie je het leven en de genade van het leven te danken hebt?! Sommige mensen kiezen voor het laatste en dragen daardoor in de tijd dat ze afscheid nemen van het leven de mooiste vruchten. Laten wij proberen ons leven in te vullen vanuit het besef dat het genadetijd is waarin we leven.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
Ds. P.A. Broere
Reacties zijn van harte welkom.
Archief: