Symbool-tekens


Klik hier om terug te gaan naar:

In onze hedendaagse cultuur neemt het zichtbare, het visuele, een zeer grote plaats in. In tegenstelling tot onze hedendaagse maatschappij neemt het "zichtbare"in onze protestantse kerken een kleine plaats in. Momenteel is er echter een tendens tot een hernieuwd en gepast gebruik van oude tekens en symbolen uit de tradities van de vroege christelijke gemeenten.

De christenen van de eerste gemeenten hadden behoefte aan herkennings- en herdenkingstekens, aan zinnebeelden, aan aanschouwelijke voorstellingen, die de herinnering aan de Goddelijke werkelijkheid levend moest houden. Men liet zich hierbij leiden door in de Bijbel gebruikte beelden, vergelijkingen en getalsymbolen.

Hieronder wordt een uitleg gegeven over de drie symbooltekens die een plaats in de kerk hebben gekregen, namelijk:

Betekenis van het embleem op het antependium:

  Dit is het oudste en meest over de wereld verbreide Christus-monogram. Een monogram bestaat uit door elkaar gevlochten eerste letters van een naam, hier dus van de naam Jezus Christus. (I = J en X = de Griekse CH-klank)
     
  In onze kerken is het door de eerste Romeinse christen-keizer Constantijn (ong. 300) gevoerde labarum of krijgsstandaard zeer bekend geworden. Dit Christus-monogram staat onder andere afgebeeld op de voorzijde van ons liedboek. Bij Constantijn had het labarum "In hoc signo (vinces)", oftewel "In dit teken (zult gij overwinnen)", als randschrift.
     
  Rondom het Christus-monogram op het antependium is een cirkel neergezet. Een cirkel is naar alle kanten gelijk en wordt gevormd door een lijn die geen begin en geen einde heeft. De cirkel is daardoor het teken geworden van volmaaktheid, van almacht, van eeuwigheid en dus van God. Het totale embleem op het antependium werd in de oudheid ook wel gezien als een rad in een cirkel, dit als verwijzing naar God als oorsprong van het al.

De symbool inhoud van het embleem op het antependium laat zich ook nog op een andere manier lezen:

  De vertikale lijn is het teken van de mens en van het leven. Het is ook het stafteken van recht en macht (de rechterstaf, de koningscepter, de maarschalkstaf). De vertikale lijn kan dan symbool zijn van de mensgeworden Jezus.
     
  Het kruis als teken voor de dood en opstanding van Jezus, die daardoor de sleutels van de dood en het dodenrijk heeft. (Openb. 1: 17,18)
     
  De cirkel als teken van voleinding verwijst naar Jezus, die opgevaren is ten hemel, waar Hij zit aan de rechterhand van God de vader.

De vormgeving van het orgelfront:

  Ook de vormgeving van het orgelfront moet, net als het orgelspel en de gemeentezang bijdragen tot eer van God en tot stichting van Zijn gemeente. Zo kwam de gedachte om de geluidsbox-blokken "geabstraheerde muzieknoten" voor te laten stellen. Bij de ordening van de "muzieknoten / geluidsbox-blokken" is als uitgangspunt genomen de eerste regel van Gezang 14: "De Heer is mijn Herder".

Het wandplastiek in de hal:

  Als we de plastiek in de hal bekijken zien we:
  • A. een duif.
  • B. een twee-tal vissen.
  • C. drie vertikale stralen en vier horizontalen, die elkaar raken en kruisen.

De symbool-inhoud van de plastiek kan als volgt worden omschreven:

A. De duif is hier het symbool van de Heilige Geest, die leiding geeft aan Gods gemeente.

B. De twee vissen hebben meerdere betekenissen:
De gemeente die het oude kerkje bouwde en de huidige gemeente die de nieuwe kerkbouw realiseerde. Het getal twee was ook vroeger het symboolteken van kerk en synagoge.
 
In de vroege christengemeenten werden de twee vissen uitgelegd als teken voor de spijziging van de 5.000 en als teken van de wonderbare visvangst. De twee vissen werden daardoor ook gebruikt als verwijzing naar de gedachtenismaaltijd van de Heer, het Heilig Avondmaal.

C1. D drie vertikale stralen en de vier horizontalen vormen op zich een kruis, dat verwijst naar de dood en opstanding van Christus.

C2. De drie vertikale stralen betekenen de zorg voor deze wereld van God de Vader, van God de Zoon en van God de Heilige Geest. Drie is het getal van de volmaaktheid en oneindigheid.

C3. De vier horizontalen betekenen het totaal van het geschapene. Het getal vier komt in relatie met de schepping van de wereld voor als:

  • de 4 paradijsstromen (de Pison, de Gihon, de Tigris en de Eufraat),
  • de 4 elementen (vuur, water, aarde en lucht),
  • de 4 windstreken,
  • de 4 jaargetijden.

C4. Als we de getallen 3 en 4 optellen krijgen we het getal 7, het getal der volheid, dat hier God čn Zijn schepping betekent.

Als materiaal voor vervaardiging van de wandplastiek is gebruik gemaakt van het blanke metaal alpaka, ook wel nieuw-zilver genoemd, dat door zijn glans reinheid en zuiverheid suggereert.

We hopen dat bovenstaande u helpt met andere ogen te kijken naar motieven, tekens en symbolen, die reeds eeuwenlang christenen over de gehele wereld hebben geďnspireerd.

(Overgenomen uit: "De Wegwijzer", contactblad van de Gereformeerde Kerken van Tholen en Poortvliet, 19e jaargang, no.2, februari 1982, met dank aan dhr. J. Pekelsma scriba der Gereformeerde Kerk te Tholen, die hiervoor het archiefmateriaal beschikbaar stelde).